donderdag 17 december 2015

Dagelijks leven met in- en toewijding

§ 1. Tension

Tijd om ten aanzien van menselijke interactie en autonomie een balans op te maken. Tegenwoordig kan een begrip als tolerantie gauw weerstand oproepen; daarmee ook nadere aanduidingen als ‘innerlijke tolerantie’, ‘tolerantiegrens’ enzovoort. Hoe komt dat? Ligt er een zenuw bloot? En zo ja, welke en waardoor? Wordt al een trauma opgelopen, of minder drastisch ontstaat al overgevoeligheid, nog voor dat er sprake is van een eventuele verdergaande kennismaking en ontmoeting? Is hier een aaibaarheidsfactor in het geding en willen diverse mensen bij voorbaat niet tegen hun haren worden ingestreken? Of doet zich wellicht een steeds luidere roep - overschreeuwt men zich daarbij misschien - naar: alle Menschen sollten Brüder werden... gelden?

Wie wil ‘slechts’ worden getolereerd in plaats van omarmd? Nice and cosy. Zo opgevat krimpt tolerantie ineen tot een enkele jij-bak, een eigenlijk venijnig brandmerken van andersgezinde, terwijl ware tolerantie niets minder is als een onmisbare liberale levenshouding ten opzichte van andermans gedachten, gevoelens, opvattingen en/of overtuigingen. Onmiskenbaar vormt een beginsel als leven en laten leven in het sociale leven een onontbeerlijk uitgangspunt, anderzijds zit daar weldegelijk een dynamisch spel van aantrekken en afstoten aan vast. Want naast leefruimte, met een persoonlijke levenssfeer en recht op privacy, hebben mensen evenzeer behoefte aan betrokkenheid, aandacht en begrip. De één meer dan de ander.

Fear
Het einde van het jaar nadert. Spoedig zal 2015 voorbij zijn. Roerig jaar in roerige tijden. Om maar 'wat' te noemen: eurocrisis, vluchtelingenstroom, aanslagen. Haat en wanhoop, moord en doodslag, nietsontziend terreur; ultieme uitingsvormen van tomeloze intolerantie en ziekelijke gekrenktheid, welke ‘inspireren’ tot (1) onverzettelijk ‘Never! Over my dead body!’ en (2) een letterlijk ‘over-lijken-gaan mentaliteit’. Dat grijpt steeds krachtiger, vaker, sneller om zich heen. Het afgelopen jaar sprong dit het meest duidelijk in oog en oor in de gedaante en uit naam van de terreurbeweging Islamitische Staat (IS, ISIS): oog om oog, tand om tand en ‘eigen waarheid’ is ‘absolute waarheid’.

§ 2. Literatuur en reflectie

Stephen King
Westerse fascinaties. Understand and respect them. Appreciate them even if you can. Kocht verleden week de omnibus De bazaar van boze dromen (2015) van Stephen King. 't Boek bevalt me. De korte inleidende stukjes die hij in dit boekwerk bij veel verhalen aanlevert, waarmee hij uitlegt wat hem tot een desbetreffende kort verhaal had gebracht en iets opmerkt over schrijverschap in het algemeen, vind ik bovendien interessant en leerzaam. Lees op dit moment eveneens, leestip van mijn vriendin, met belangstelling De confrontatie, een detectiveroman van Sandra Brown. Die krijg ik volgende week uit. Naar een misdadige inslag van mensen, potentieel of actueel, en naar buitenissige of bizarre menselijke fantasieën, is mijn belangstelling van jongs af aan uitgegaan. Er kan veel in een mens omgaan, niet alleen op rationeel maar zeker ook op irrationeel vlak. Literair genres als fantasy en suspense  zijn vandaag de dag ongekend populair en als antroposoof wens ik daar absoluut niet afwijzend tegenover te staan en me rigide in op te stellen. Integendeel. Overigens vormt wat dit aangaat Steiners opstel Leser und Kritiker (GA 32; 1899) voor mij persoonlijk een interessant referentiekader.

Heb me het vermogen eigen gemaakt om veel boeken en geschriften naast elkaar te lezen, waar ik op zich niet blij mee ben. ’t Is uit noodzaak geboren. Soms moet je van nood een ‘deugd’ maken. Lorenzo Ravagli’s e-book Der esoterische Schulungsweg der Anthroposophie (2015) heb ik inmiddels bijna uit en bevalt me goed. De rode draden die hij ontwaart en de dwarsverbanden die hij legt zijn waardevol. Januari 2016 neem ik zijn e-book Was heißt Geisterkenntnis in der Anthroposophie? (2015) ter hand. Ravagli is een bekwaam antroposoof met een goede pen en zijn weblog Anthroblog en website Anthroweb zijn van uitstekende kwaliteit.

Met veel genoegen lees ik op dit moment ook een leerzaam en onderhoudend boek over het leven en werk van Robert van Gulik (1910 – 1967), Een man van drie levens – Biografie van diplomaat, schrijver, geleerde Robert van Gulik (1993). Leest als een trein. Boeiend levensverhaal over een bijzondere man. Zeker in cultuurhistorisch opzicht bevredigt het mijn warme belangstelling voor de Aziatische cultuur. Heb iets met Azië en Aziaten. Zeker met China. Gulik won overigens wereldbekendheid met zijn Rechter Tie detectiveromans, waarvan er een aantal  in mijn pubertijd, of was het in mijn jongvolwassenheid(?), soms verfilmd op TV verschenen. Eigenlijk zou ik wel de DVD (registratie TV-uitzending) Onder de bekoring van het Oosten (1995) op de kop willen tikken.

Het pamflet Broederschap van politicus Frans Timmermans sloeg ik gisteren na het te hebben uitgelezen met gemengde gevoelens dicht. Bepaalde aandachtspunten vervat in een aantal tekstpassages kon ik zeker waarderen, maar eerlijk gezegd vond ik het qua gehalte, niet qua omvang, daar gaat het natuurlijk niet om, te dunnetjes. Politiek-ideologische mooipraat met sleetse platitudes gehuld achter een doorzichtig en conserverend laagje vernis. Zekere sociaaldemocratische stokpaardjes in het boekje zijn zeer voorspelbaar en stereotype. Ik licht er enkele elementen uit. Dit is geen boekbespreking. Neem zijn voorstelling bij een sociologisch begrip als middenklasse bijvoorbeeld. Daar hangt hij (impliciet) een bepaalde maatschappijfilosofie aan vast om die te laten uitmonden in een verlossend panacee; een mogelijke oplossingsrichting. Zoals bekend speelt de middenklasse een sleutelrol in een sociaaldemocratisch mens- en wereldbeeld. Het lijkt me trouwens van belang om subtiele betekenisverschillen tussen termen als broederschap en solidariteit goed in het oog te houden.

Vergelijkingsmateriaal, drie artikelen van andere mensen over Timmermans boekje : (1) 'In de ideeënhemel is het veilig toeven' van Sebastien Valkenberg (NRC Handelsblad, Weekend editie, 13 december; Opinie en Debat, bladzijde 4 en 5; achter een betaalmuur), (2) Europa woont niet in Brussel van Carel Peeters (Vrij Nederland, 14 december 2015) en (3) Verborgen wijwater door Ewald Engelen (De Groene Amsterdammer, 16 december 2015).

Timmermans hart zit op een goede plek. Hij zet zich met hart en ziel in voor een betere wereld en maakt zich terecht zorgen over een aantal hedendaagse maatschappelijk zorgwekkende verschijnselen en nijpende sociale problemen, doch mijns inziens schiet zijn visie daarover op een aantal essentiële punten tekort. Op zich niet erg, maar hij draait als eurocommissaris en eerste vicevoorzitter van de commissie-Juncker van de Europese Unie aan zekere knoppen en dat maakt me extra gereserveerd. Voorbeeld van een positief element. Een tekstpassage van Timmermans over een notie van een Franse filosoof, Albert Camus (1913 – 1960) aangaande een wezenlijke menselijke eigenschap mag interessant worden genoemd. Citaat:
Uit: Broederschap – Pleidooi voor verbondenheid, bladzijde 49, Frans Timmermans: 
“[...] Iemand die de waarde van diversiteit in de samenleving uitstekend uitdrukte is de Franse schrijver en filosoof Albert Camus. Volgens hem is het enige dat de mens van de dieren onderscheidt het vermogen om de wereld door de ogen van een ander mens te zien. Sterker nog, de mens wordt pas zichzelf als hij bereid is de wereld door de ogen van een ander te zien. [...]”
Dit is één van die tekstpassages uit Timmermans boekje, er zijn er meer, welke ik kan waarderen, want het is inderdaad van waarde om je in een ander mens te kunnen verplaatsen en niet altijd of niet alleen maar van je zelf uit te gaan. Rudolf Steiner (1861 -1925) behandelde dit onderwerp in het bijzonder in zijn voordracht De positieve en de negatieve mens (GA 205; 1910), waarin hij minutieus een belangrijke wisselwerking beschrijft tussen personen die meer eigenzinnig en personen die meer beïnvloedbaar zijn aangelegd.

Dat is een lezenswaardige en belangwekkende voordracht. Zelf denk ik dat die wisselwerking mede samenhangt met drie specifieke menselijke zintuigen die Steiner heeft beschreven in een antroposofische zintuigleer, waarbij niet vijf of zes maar twaalf zintuigen worden onderscheiden; die drie specifieke zintuigen in kwestie zijn: (1) de taalzin, (2) de denk- of voorstellingszin en (3) de ik-zin, waarbij bij de laatste twee genoemde zintuigen door Steiner niet op waarnemingen van eigen gedachten en voorstellingen werd gedoeld maar op waarnemingen van voorstellingen en gedachten en op waarnemingen van het ik van andere mensen bij het intersubjectieve menselijke communicatieproces, in klare mensentaal uitgedrukt: bij de omgang tussen mensen.

In verschillende geschriften en voordrachten rept Steiner over deze antroposofische zintuigleer, bijvoorbeeld in zijn voordrachtenreeks Algemene menskunde als basis voor de pedagogie (GA 293; 1919). Minder bekend, ook onder antroposofen, is dat Steiner een element van de hierboven genoemde drie zintuigen, het direct waarnemen van gedachten van een ander mens, eigenlijk reeds in zijn vroege basisgeschrift De filosofie van de vrijheid (GA 4; 1894) aan de orde stelt en wel in het eerste aanhangsel dat Steiner in 1918 aan zijn vroege basisgeschrift had toegevoegd. Zie het volgende tekstcitaat:
Uit: De filosofie van de vrijheid (GA 4); eerste aanhangsel, bladzijde 211 tot en met 214, Rudolf Steiner: 
“[…] Er zijn denkers die geloven dat zich een bijzondere moeilijkheid voordoet als je wilt begrijpen hoe het innerlijk leven van de ene mens tot dat van de ander (de waarnemer) kan doordringen. Zij zeggen het volgende: 
'Mijn bewuste wereld is in mijzelf afgesloten, de bewuste wereld van een ander mens evenzeer in hem. Ik kan geen blik in de bewustzijnswereld van een ander slaan. Hoe kom ik dan aan de overtuiging dat hij en ik in een gemeenschappelijke wereld zouden leven?' 
In de filosofische visie die het voor mogelijk houdt vanuit de bewuste wereld conclusies te trekken over een onbewuste wereld die nooit bewust kan worden, probeert men deze moeilijkheid op de volgende manier op te lossen. 
'De wereld waarvan ik mij bewust ben, is de representatie in mij van een werkelijke wereld die ik met mijn bewustzijn nooit kan bereiken. In deze werkelijke wereld liggen de mij onbekende factoren die mijn bewustzijnswereld bepalen. In die werkelijke wereld ligt ook mijn eigen werkelijke wezen, waarvan ik evenzeer slechts een representatie in mijn bewustzijn heb. En in die wereld ligt ook het wezen van de andere mens die ik ontmoet. Wat deze andere mens nu bewust ervaart, beantwoordt aan de hem onbewuste werkelijkheid van zijn wezen. Zijn wezen werkt in dat gebied dat niet bewust kan worden gemaakt op mijn eigen principieel onbewuste wezen in. Daardoor ontstaat in mijn bewustzijn een representatie van datgene wat in een ander bewustzijn geheel onafhankelijk van mijn bewuste ervaring aanwezig is.’ 
Het is duidelijk: hier wordt aan de voor mijn bewustzijn toegankelijke wereld een andere wereld hypothetisch toegevoegd, die voor mijn bewustzijn ontoegankelijk is. De reden hiervoor is dat men zich anders gedwongen zou voelen te beweren dat de totale buitenwereld die ik voor mij meen te hebben slechts mijn eigen bewustzijnswereld is, en dat zou als consequentie de - solipsistische - absurditeit hebben dat ook de andere mensen slechts in mijn bewustzijn zouden leven. 
Over deze door diverse moderne kennistheoretische stromingen opgeroepen kwestie kan duidelijkheid ontstaan als men het in dit boek beschreven gezichtspunt van de intuïtieve observatie inneemt en de zaak van daaruit probeert te overzien. Wat heb ik eigenlijk in eerste instantie voor mij als ik tegenover een ander mens sta? Ik let op wat het eerste in het oog valt. Het is de zichtbare, mij als waarneming gegeven, lichamelijke verschijning van de ander; verder nog de gehoorswaarneming van wat hij of zij zegt, enzovoort. Dit alles staar ik niet louter aan, maar het zet mijn denkactiviteit in beweging. 
Doordat ik denkend tegenover die andere mens sta, wordt de waarneming van de ander voor mij als het ware innerlijk doorzichtig. Ik moet bij dit denkend opnemen van de waarneming vaststellen dat deze waarneming helemaal niet is zoals zij zich uiterlijk aan mijn zintuigen voordoet. De zintuiglijke verschijning openbaart in dat wat zij direct toont, iets anders wat zij indirect is. Het tegenover mij komen te staan van die verschijning is tegelijkertijd het uitgewist worden ervan als louter zintuiglijke verschijning. Maar wat zij bij dit uitgewist worden tot verschijning brengt, dwingt mij als denkend wezen mijn denken uit te schakelen voor zolang als zij werkzaam is, en in de plaats van mijn denken het hare te stellen. Maar dit denken van de mens die tegenover mij staat ervaar ik in mijn denken op precies dezelfde wijze als ik mijn eigen denken ervaar. Ik heb het denken van de ander werkelijk waargenomen. Want terwijl de directe waarneming zichzelf als zintuiglijke verschijning uitwist, wordt zij door mijn denken gegrepen; het is een proces dat zich volledig in mijn bewustzijn afspeelt, en het bestaat erin dat in de plaats van mijn denken zich het andere denken stelt. Door het zich uitwissen van de zintuiglijke verschijning wordt de scheiding tussen beide bewustzijnssferen feitelijk opgeheven. 
Dat drukt zich in mijn bewustzijn uit doordat ik bij het ervaren van de bewustzijnsinhoud van de ander mijn eigen bewustzijn net zomin beleef als in de droomloze slaap. Zoals in de slaaptoestand mijn dagbewustzijn is uitgeschakeld, zo is bij het waarnemen van andermans bewustzijnsinhoud mijn eigen bewustzijnsinhoud uitgeschakeld. Dat het lijkt alsof dit niet zo is, komt alleen doordat, ten eerste, bij het waarnemen van de ander in plaats van mijn eigen uitgewiste bewustzijnsinhoud geen bewusteloosheid optreedt zoals bij de slaap, maar de bewustzijnsinhoud van de ander; en ten tweede, doordat de toestand waarin mijn bewustzijn is uitgewist en de toestand waarin het weer oplicht zo snel op elkaar volgen dat deze afwisseling normaal gesproken niet wordt opgemerkt. 
Deze hele kwestie is niet op te lossen door met kunstmatige begripsconstructies vanuit het bewuste conclusies te trekken over iets dat nooit bewust kan worden, maar door werkelijk te ervaren wat uit de verbinding van denken en waarnemen ontstaat. Dit geldt voor heel veel kwesties die in de filosofische literatuur voorkomen. Denkers zouden hun weg moeten zoeken naar een onbevangen intuïtieve observatie; in plaats daarvan schuiven zij een kunstmatige begripsconstructie voor de werkelijkheid. […]”
Een pittige studietekst, dit fragment uit het eerste aanhangsel van de De filosofie van de vrijheid, maar zeker wel de aandacht waard. Steiner verbindt hier in feite drie zaken met elkaar, hoewel hij maar één van die drie zaken in het aanhangsel voor het lezerspubliek expliciet aan de orde stelt (nummer 3): (1) een sociale basisimpuls, elkaar voortdurend in slaap wiegen en wakker schudden, onder andere nauwkeurig beschreven in literatuur over sociale driegeleding; (2) de reeds genoemde denk- of voorstellingszin en (3) het waarnemen en bewust worden van gedachten van een ander mens.

Frans Wuijts
Het verheugt me dat Frans Wuijts de vertaling naar het Nederlands van Steiners voordrachtenreeks Nationalökonomischer Kurs (GA 340; 1922) op zich heeft genomen en de uitgeverij Nearchus C.V. dit begin 2016 in boekvorm, boektitel Wereldeconomie – De wereld als één economie zal uitgeven. Zie deze vooraankondiging van John Hogervorst:  Een engel in de economie. Het wezen van broederschap komt in deze voordrachtenreeks concreet aan de orde. Dit boek dat binnenkort uitkomt verdient alleszins een breed lezerspubliek. Het is echt aan de tijd, juist nu brandend actueel!

§ 3. Aspiraties en vooruitzichten

Wat 2016 en jaren die daarop zullen volgen een ieder en mij persoonlijk zullen brengen is vooraf natuurlijk voor een groot deel ongewis. Een mens kan zijn wensen en voornemens hebben en in bepaalde richtingen al dingen hebben voorbereid en besloten, maar hoe dat concreet uitpakt en uitkristalliseert, lukken zal of tegenslag of tegenwerking ondervindt, is altijd weer de vraag. Story of my life. Ben op dit moment bezig met ontwerpen van concepten voor korte verhalen, gedichten en spreuken die ik in 2016 wil uitwerken. Naast doorgroeiend schrijverschap wens ik mezelf tastbare, concrete participatie aan driegeledingsondernemerschap toe. Actief en doortastend ondernemerschap.

Bijlagen

Dit blogartikel valt tamelijk lang uit. Niet in de laatste plaats omdat ik twee bijlage aan dit artikel toevoeg. Dat doe ik niet vaak. Deze keer wel, omdat ik de volgende door mij vertaalde opstellen van Rudolf Steiner goed vind passen bij de hier aangesneden onderwerpen.
Over het opkomen voor persoonlijke overtuigingen 
Een opstel van Rudolf Steiner: Über das Vertreten der persönlichen Überzeugung. Uit: Luzifer – Gnosis (1903 -1908; GA 34). Werkvertaling van John Wervenbos, 2015. 
Wat men moedig, koen verdedigen van de ‘persoonlijke overtuiging’ noemt, wordt in onze cultuur terecht zeer gewaardeerd. Wie voor zijn eigen gedachten en opvattingen staat, geldt als karaktervol, wie dat niet doet, als karakterloos. Men kan niet waarderen dat een mens zich tot iemands spreekbuis maakt. 
Natuurlijk zou het een onding zijn om iets in te brengen tegen zo’n grondbeginsel. De grote opgaven waarvoor onze tijd de persoonlijkheid plaatst, maken een standvastig optreden absoluut noodzakelijk. Maar een echte geestelijke levensopvatting moet zulke zaken vanuit een hoger gezichtspunt bezien. Juist ten opzichte van de hoogste deugden moet ze zelfbezinning en zelfkennis stimuleren. Helder moet zijn dat zoals de Noordpool niet zonder de Zuidpool kan, de beste eigenschappen niet zonder dienovereenkomstige schaduwzijden kunnen bestaan. 
En de schaduwzijde van de persoonlijke overtuiging is eigenzinnigheid, is het pochen op eigen gedachten. Zo mooi als het is onverbiddelijk voor de eigen mening op te komen, zo noodzakelijk is het vanuit een ander gezichtspunt om de mening van medemensen als volkomen gelijkwaardig te laten gelden. En hoe weinig ligt dat juist in het karakter van diegenen besloten, die het trouwst zijn aan hun overtuiging. Juist zij leggen vaak intolerant voelen en denken aan de dag, welke het hun alleen al onmogelijk maakt echt op andere meningen in te gaan. Zeker, ze zullen tolerantie bijna altijd met de mond belijden. Maar doorvoeren kunnen ze haar nauwelijks. Want het komt er niet op aan dat men de geldigheid van een basisbeginsel inziet, maar daarop dat men hem naleeft. Door beoefening moet men zich in haar inleven. Innerlijke tolerantie, gedachtetolerantie zou men zich door strenge zelftucht moeten eigen maken. En wanneer men dit tot in de kleinste dingen doet, zal het tenslotte de meest kenmerkende eigenschap van ons huidige leven worden. 
Op twee dingen zij hier gewezen. Ten eerste op iets heel alledaags. Men beluistert een gesprek. Hoe vaak zal men voortijdig het woord ‘maar’ horen uitspreken? Men heeft helemaal niet op zich laten inwerken wat de ander heeft gezegd, misschien heeft men zich niet volledig bewust gemaakt wat die ander beweegt, en gelijk is men al bereid om er de ‘eigen mening’ met het ‘maar’ tegenover te stellen. Bewust zou men zulke gewoonten moeten onderdrukken. Men zou moeten oefenen op stil, eerbiedig oplettend luisteren. Of men het wel of niet gelijk gelooft, alleen die komt tot een hogere geestelijke ontwikkeling die zulk oplettend luisteren heeft geoefend, veel geoefend. 
Een tweede punt. In een vergadering doet iemand een voorstel. Direct zijn er anderen met tegenvoorstellen. Ze geloven absoluut dat ze hun eigen mening tot uitdrukking moeten brengen. Veeleer zouden ze het principe moeten aanhouden om nooit tegen een onbekend voorstel in te gaan, wanneer men niet voordien had getracht volledig inzicht in de motieven achter het andere voorstel te verwerven. Altijd moet men voor ogen houden, dat men toch egoïstisch is, wanneer men daarom een mening liefheeft, omdat men ze zelf is toegedaan. “Ik kan toch slechts verdedigen wat ik zelf geloof”, kan men altijd weer horen. En toch is het niet minder juist, dat men zich zelfloos in de mening van een ander moet verplaatsen, dat men – voordat men van leer trekt – eerst moet nagaan, of men werkelijk iets beters als dat andere te verdedigen heeft. Degenen die een hogere geestelijke ontwikkeling hebben verkregen, hebben dat verdiend door een offer in deze richting. Ze hebben zichzelf opgelegd, geheel op te gaan in de meningen van hun medemensen, zichzelf op te lossen tot in de binnenste haarvaten van hun ziel, om zich onder te dompelen in de ander. Een ware mysticus kan alleen hij worden, die geleerd heeft tot in het binnenste van de geheimste gedachten, zelfloos te worden. Wanneer men dat wil beweren, moet men zelf zulke dingen ervaren hebben. Door weinig anders ontwikkelt men zich meer op de eerste treden van de geestelijke ladder, als daardoor dat men zich een tijdlang in zijn diepste innerlijk het zwijgen oplegt. 
Ik win veel doordat ik maanden, misschien jarenlang tegen mezelf zeg: nu wil ik heel bescheiden, helemaal niet zelf iets menen, maar nu eens zelfloos vreemde meningen in mijn innerlijk laten leven. Totaal wil ik onderduiken in vreemde gewaarwordingen, gevoelens en gedachten. Zelfloos verwijd ik daardoor mijn zelf, terwijl ik het zelfzuchtig vernauw, wanneer ik keer op keer alleen mijn eigen meningen uit mijn eigen wezen als golfslag aan de oppervlakte van mijn leven wil laten opspelen. Dit zou als ‘gedachtetoezicht’ in het bijzonder bij diegenen wortel moeten schieten, die – terecht – in de geest van onze tijd, altijd de woorden ‘persoonlijke overtuiging’ in de mond nemen.
Voor even tot zover Steiner. Dat is nog eens een overweging, laat staan een voornemen, nietwaar? Not easy at all. In het verlengde hiervan volgt een ander opstel van hem. Evengoed het bestuderen en overwegen waard. De twee opstellen vullen elkaar goed aan.
Zou men zich van alle kritiek moeten onthouden? 
Uit: Luzifer – Gnosis (1903 – 1908; GA 34). Een opstel van Rudolf Steiner: Soll man sich aller Kritik enthalen? (1905). Werkvertaling van John Wervenbos. 
De volgende vraag ligt voor: “vaak wordt beweerd, dat degenen die een geesteswetenschappelijke scholing doormaken geen kritiek zouden mogen uitoefenen. Valt daaronder ook iedere gerechtvaardigde vorm van kritiek op slechte daden van mensen? Is het niet eerder onze plicht om wat schadelijk is voor onze omgeving, waar dan ook, uit te delgen? En wordt een mens niet volledig inactief als hij alles met onverschilligheid beziet?” 
Ten eerste kan daar op worden geantwoord, dat de omgangsvoorschriften van de geestesleerling eisen zijn die met strenge wetten overeenkomen. En in die zin zeggen ze alleen iets over een samenhang tussen een vervulling van een dienovereenkomstige eis en het opstijgen van de leerling naar hogere werelden. Jij moet je van kritiek onthouden betekent: in zoverre jij in het leven in geval van omstandigheden die je aanzetten tot berispen en veroordelen, de prikkel daartoe niet volgt, maar integendeel zonder alle mogelijke kritiek werkt aan verbetering van wat schadelijk, slecht enzovoort is, in die mate ontwikkel jij je verder. Geen kritiek uitoefenen houdt absoluut niet in, dat jij onverschillig aan het slechte, boze enzovoort voorbijgaat en alles laat zoals het is. Men moet alleen proberen in gelijke mate als dat men het goede begrijpt, de oorzaken van het slechte te begrijpen. Door het begrijpen van de oorzaken zal men zich zelfs het best prepareren voor verbetering. Zich blind maken, afsluiten, voor het kwaad heeft geen nut, wel begripvolle tolerantie. Wat daarover te zeggen valt, is het helderst onder woorden gebracht in de derde van de vier eerste spreuken in Licht op het pad: ‘Voordat de stem van de meester kan spreken, moet ze afleren te kwetsen’. Dat betekent dat wezens van een hogere wereld alleen tot mensen spreken, wanneer die mensen woorden die liefdeloos kwetsen, het berispen dat kan dienen om te pijnigen of te bedriegen, ontwend achter zich hebben gelaten en woorden alleen nog gesproken worden in dienst van liefdevol de hele wereld omvatten. Hier zijn met ‘woorden’ onuitgesproken woorden, enkel gedachten bedoeld. Hogere wezens en de meester spreken niet van buiten tot ons, als middel om zich met ons te verstaan benutten ze onze eigen woorden en gedachten. De toon van hun stem dringt door ons heen en gaat van daaruit door deze woorden en gedachten naar buiten de wereld in. En alleen wanneer hij zonder hindernis deze weg open vindt, wordt hij hoorbaar voor ons. Woorden en gedachten die pijn doen zijn als scherpe pijlen, die van ons uitgaan. Die scherpe punt vormt voor de meester een hinderpaal, hij trekt zich terug en blijft onwaarneembaar. Woorden en gedachten echter, die uit liefde gevormd zijn openen zich naar buiten als bloemenkronen die zacht andere wezens omsluiten; en bij hun vindt de stem van de meester vrije toegang om in de wereld door te dringen. Alleen daardoor wordt ze hoorbaar voor ons. 
Ten tweede: als men genoodzaakt is om een ander pijn te doen, heeft men zelfs bijvoorbeeld als rechter of criticus een plicht daartoe, dan geldt die wet niet minder. Ook de smart die men moet aandoen, waartoe men is verplicht, hindert de ontwikkeling. Dat moet men dan als zijn karma zien. Want zou men zich aan die verplichting willen onttrekken om de eigen ontwikkeling te willen bevorderen, dan zou men uit zelfzucht handelen, en daardoor zou men in de meeste gevallen de ontwikkeling meer ophouden, dan dat men ze door het vermijden van pijnigen bevorderden zou. Onder omstandigheden komt men het beste verder wanneer men van directe inachtneming van een regel, waarvan navolgen normaliter steun en stimulans met zich meebrengt, afstand doet. Is men opvoeder en daardoor misschien genoodzaakt voortdurend door straffen pijn te veroorzaken, dan kan men gedurende die tijd met betrekking tot de bovenstaande regel helemaal niets doen. Heeft men de leerling echter gecorrigeerd, dan komt deze goede werking ons karma en daardoor onze hogere ontwikkeling toch ten goede. De wetten van het geestelijk leven zijn onverbiddelijk, wanneer men ze om welke reden dan ook niet altijd naleeft. En eenvoudigweg moet ze heel streng, of er een mogelijkheid om ze na te leven wel of niet bestaat, als geesteswet worden aangehouden.
Ook in dit bovenstaande opstel neemt Steiner weer een genuanceerd standpunt in. Hij benadert en behandelt het onderwerp niet eenduidig, maar toch helder en ondubbelzinnig voor wie én gevoel én een open mind heeft voor paradoxen, schijnbare tegenstellingen die zich in het leven nu eenmaal vaak voordoen. Onder de term 'meester' welke een paar keer valt in de bovenstaande tekst, Steiner schreef en sprak in 1905 meestal nog voor een lezerspubliek van theosofen die over het algemeen geënt waren op dergelijke terminologie, kan in dit verband hogere inspiratie, een hoge of diepe innerlijke inspiratiebron, worden verstaan.

Welke positie men inneemt in het leven qua werkzaamheden en beroep is dus, aldus Steiner, zeker mede bepalend voor beantwoording van de vraag of men zich op wel of niet verantwoorde wijze van kritiek op medemensen zou kunnen onthouden. Dat kan van mens tot mens dus uiteenlopen. Leeftijd en levensfase vormt daarnaast natuurlijk ook een factor. Voor vergelijkingsmateriaal en verruiming van de context, zie de voordrachtenreeks Karma van het beroepsleven (GA 172; 1916).

Muziek
1. Shout (Live) - Tears for Fears
2. Everybody wants to rule the world (Live) - Tears for Fears
3. Strangers (Live) - Portishead

4 opmerkingen:

  1. Wederom heel mooi, John! Vooral die twee bijlagen spreken me aan.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je Michel. Fijn om te vernemen! Heb het met plezier geschreven. De twee bijlagen vormden qua productieproces het start- of uitgangspunt van dit artikel. Begon verleden week met het vertalen van de twee opstellen en vervolgens werd de actualiteitswaarde van de inhoud van die opstellen me steeds duidelijker. Past echt bij deze tijd.

      Achteraf pas besefte ik, wist het niet, dat Ridzerd het laatste opstel al eens heeft vertaald en geplaatst op zijn citatensite en wel in zes delen. Zie bijvoorbeeld deel 1 aldaar: Rudolf Steiner – Moet men zich van alle kritiek onthouden? (1) (De Grote Rudolf Steiner Citatensite, 22 september 2011).

      Verwijderen
  2. Dat opstel over Das Vertreten der persönlichen Meinung lijkt me zeer interessant. Ga ik vanmiddag lezen.
    Ja, dat opstel Moet men zich van alle kritiek onthouden? heb ik inderdaad al eens geplaatst. Maar ik heb meen ik lang niet alles vertaald, alleen gedeelten, maar ik weet het niet meer precies. Het zou interessant zijn om jouw vertaling met de mijne te vergelijken, maaar er gaat zo veel tijd in zitten, daarom laat ik het maar.
    Overigens je hele blog is interessant, maar het is voor mij veel te veel. Bij Michel Gastkemper heb ik dat ook. Jullie moeten er rekening mee houden dat de lezers nog meer te doen hebben en zulke lange artikelen met talloze links helemaal niet aan kunnen, tenminste ik niet.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Steiners opstel 'Over het opkomen voor persoonlijke overtuigingen' is zeker het lezen en overdenken waard, Ridzerd. Ja dit blog is eigenlijk te lang uitgevallen en ik denk dat het waar is dat het voor veel mensen door de lengte, voor een deel van die mensen misschien ook vanwege de zwaarte van de onderwerpen, niet goed behapbaar is. Maar ja, dit jaar heb ik relatief weinig blogberichten geplaatst op Cahier. Zie het overzichtsschema van hier beneden. Denk dat ik dat wat wou compenseren. Maar in de allereerste plaats vond ik het nodig om een krachtig of misschien beter gezegd subtiel punt te maken aan het einde van dit roerige jaar 2015. Dat is de hoofdreden waarom ik zo uitpakte.

      In 2016 zal ik me op Cahier denk ik meer toeleggen op weergeven van gedeelten van prozastukken van mijn hand. Deels audiovisueel. En wat meer vertaalwerk, denk ik.

      Verwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Cahier - Nieuwer bericht boven en ouder bericht onder

2017

Faust & Helena – 17 juli 2017

My Way – 10 juli 2017

Independent – 3 juli 2017

Wetenschap en ontwikkelingswegen – 27 juni 2017

Perceptie en oude windselen – 26 juni 2017

Memories – Friendship – 19 juni 2017

Volle teugen – 12 juni 2017

Society: human predestination or self-determination – 5 juni 2017

Innerlijke vrijheid – 29 mei 2017

Purify and Enlighten Someone – 22 mei 2017

Nature and nurture from a inner perspective – 15 mei 2017

Brief Message – 13 mei 2017

Opklaring - 11 mei 2017

Inside, outside, upside down – 8 mei 2017

Zien – 6 mei 2017

On-of-a-kind (Parsifal – Deel 8) – 1 mei 2017

Perceptie – 27 april 2017

Instignatie en initiatie – 24 april 2017

Zelfbestemming – 21 april 2017

Genuine – 17 april 2017

Inleiding intermezzo aforismen, gedachten en epigrammen – 13 april 2017

Friend – 24 maart - 2017

Time-out – 6 maart 2017

Human Behavior – 3 maart 2017

Parsifal – Deel 7 – 27 februari 2017

Parsifal – Deel 6 – 20 februari 2017

Judith von Halle – 18 februari 2017

Aforisme en perikel – Lichtflits en experiment – 13 februari 2017

Living – Foolish or not – 6 februari 2017

Parsifal – Deel 5 – 30 januari 2017

Parsifal – Deel 4 – 20 januari 2017

Parsifal – Deel 3 – 6 januari 2017

Feestdagen en Nieuwjaar – 2 januari 2017

2016

Parsifal – Deel 2 – 30 december 2016

Parsifal - Deel 1 – 23 december 2016

Tell me – 16 december 2016

Twee zielen (en niet één gedachte) – 12 december 2016

To become – 5 december 2016

Digitale geletterdheid – 28 november 2016

Onbehagen – 21 november 2016

Weekly basis – 14 november 2016

Braintwisters and inner demons – 23 september 2016

Polsslagen der tijd – 19 september 2016

Funderen – 15 september 2016

Misunderstanding – 8 september 2016

Shine – 4 september 2016

Delicaat – 29 augustus 2016

Literatuurbeschouwing – Deel 1: Literatuur als kunstuiting – 26 augustus 2016

Versnellen – 9 augustus 2016

Autonomie – 8 augustus 2016

Fighting spirit - 29 juli 2016

Wijziging vorm en inhoud van weblog Cahier – 24 juli 2016

Mara’s influence on literature writers – 22 juli 2016

Schone wereld en schone schijn, 16 juli 2016

Verbeelden – 14 juli 2016

Macht van markten en staatscontrole - 1 juli 2016

Brexit – Synopsis – 27 juni 2016

Female – 13 mei 2016

Progress – 5 mei 2016

On the March –Dienstmededeling – 25 april 2016

Over napijn, genezing en nadere toekomst – 17 april 2016

Pijn of geen pijn: een queeste en vraagstuk – 15 april 2016

2015

Dagelijks leven met in- en toewijding - 17 december 2015

Respect – 12 november 2015

Vitaliseren én wijzer worden – 9 november 2015

True nature – 5 november 2015

Simple & Not fade away – 29 oktober 2015

Literaire wegen (bezien tegen een Rotterdamse achtergrond) – 4 september 2015

Anticiperen en participeren – 22 februari 2015

Mijn schrijfwerk en wedervaren; derde maanknoop en negende levensfase – 8 februari 2015

2014

Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Open wond – 1 december 2014

Over spreuken 2, 3 en 4 op weblog Sprüche in Prosa – 9 november 2014

Uit de nacht – 31 oktober 2014

Sturm und Drang en jaren die tellen – 15 oktober 2014

Citeren uit 'Sprüche in Prosa' in voorbereiding – 12 september 2014

Short one - Home Sweet Home - Rhine Harbour – 1 september 2014

Sergej O. Prokofieff en het thema van vergeestelijking van het fysieke lichaam – 5 augustus 2014

Karma van de Antroposofische Vereniging in Nederland herkennen en erkennen – Jaar 2014 – 8 juni 2014

Gezamenlijke verantwoordelijkheid – 11 mei 2014

Kunst, religie en wetenschap & mythen en mysteriescholen – 29 april 2014

Light capture – 19 april 2014

Preoccupaties – 7 april 2014

Ondernemen – Bezield en sociaal – 25 maart 2014

Schoonmaakwoede – 22 maart 2014

Politieke (geheim)taal: centraal gestelde decentralisaties rijkelijk uitgedragen – 16 maart 2014

Antroposofie en wetenschapsfilosofie (3) – Afbaken – 8 maart 2014

Antroposofie en wetenschapsfilosofie (2) – Eigen koers – 14 februari 2014

Antroposofie en wetenschapsfilosofie (1) – Voorspel - 12 februari 2014

2013

Integriteit en vrijeschoolonderwijs in toekomstperspectief – 20 juli 2013

Nieuwe koers – 22 juni 2013

Rotjeknor - We doen het zelf wel - 10 mei 2013

Nieuw orgaan - Karma en reïncarnatie - Honderd jaar terug – 1 mei 2013

Weegfactoren en onderscheid - 1 april 2013

Sociale driegeleding door de bank genomen - 26 maart 2013

Over helderziendheid en voortschrijdend inzicht - 9 maart 2013

Sympathie voor Iblis - 13 februari 2013

Money voor nothing... or love don't search itself? - 8 februari 2013

Stokken stopt - 27 januari 2013

Imagine: spielerisch to be honest - 16 januari 2013

Verbijstering, bewilderment (perplexity) en Verwirrung is kwestie van beschaving - 6 januari 2013

Dubbelblind slim - Open je ogen - 3 januari 2013

Judith von Halle en Junko Althaus - 1 januari 2013

2012

Wagners worstelingen anno 2012/13; Wagner uit Goethes Faust - 15 december 2012

'Heilig' mantra: groei, groei en nog eens groei! - 11 december 2012

With double in mirrors - 25 november 2012

Sneltreinvaart - 19 oktober 2012

Voorsorteren op digitale snelweg - 14 oktober 2012

De bijen en het Woord - 8 oktober 2012

Manifestaties van het licht - 30 september 2012

Chemische Bruiloft - 25 september 2012

Danige deining - 21 september 2012

Zinnen verzet, orde op zaken gesteld, en weer back to business as (un)usual - 24 augustus 2012

Beramen en benevelen - 22 juli 2012

Facing Mirrors and Signs on the Wall with feet on Earth - 21 juli 2012

Bloggen en bloggers online and offline - 20 juli 2012

Stilaan stilstaan - 17 juli 2012

Plaatselijke sufferdje - 2 juli 2012

Terry Boardman on Actualities - 28 juni 2012

Economieën op drift en vaart of stagnatie der volkeren - 17 juni 2012

Wisseling van de wacht - 10 juni 2012

Bredere economische horizon - 8 juni 2012

De eigenlijke Europese munt: eureka’s - 3 juni 2012

Dienstmededeling: internetadres Cahier gewijzigd - 3 juni 2012

Life with music - 3 juni 2012

Weer aan de bak - 2 juni 2012

2011

Uitweidingen over het Marcus-evangelie - 2e tekstdeel - 18 april 2011

Uitweidingen over het Marcus-evangelie - Eerste tekstdeel - 11 april 2011

'Vereeuwigen' van teksten en plaatjes – Hardlopers en doodlopers - 4 april 2011

Culturele verscheidenheid en tijdsopgaven – Karma en reïncarnatie in de praktijk - 2 april 2011

Oponthoud - Reactie volgt nog - May the Force be with You! - 28 maart 2011

Blad voor de mond nemen of absolute waarheid verkondigen - 25 maart 2011

Japanese houding en inborst bij breuklijnen en waterscheidingen - 23 maart 2011

Living on the edge – Japan - 21 maart 2011

Preludes en dissonanten - Recapitulatie en overzicht - 19 maart 2011

Psychologie en genetica van (vleesgeworden) arrogantie - 13 maart 2011

Moderne literatuurkritiek – Waar gaat het over? - 12 maart 2011

The aftermath – Slotwoord bij drieluik over Judith von Halle - 11 maart 2011

Vermeende inwijding - Judith von Halle - 6 maart 2011

Saturday - 4 maart 2011

Hey Jude – Make it better - 3 maart 2011

Sign of times – Judith von Halle for instance - 2 maart 2011

Wie is wie met wie? – Willen echten echt opstaan! - 1 maart 2011

Leidraden, labyrinten, uitwegen en valkuilen - februari 2011

M. Vasalis en Naema Tahir - Niet kijken op een dag - 27 februari 2011

Waar staat Europa bij stil? - 12 februari 2011

Omgekeerde cultus (Michaël) en Faust - 7 februari 2011

Energiek vooruit - 29 januari 2011

Pauselijk bannen - Pro-actief 'herderschap' - 17 januari 2011

Start van het nieuwe jaar: 2011 - 11 januari 2011

Anders gepland - Datum verzet - 9 januari 2011

2010

Geesteswetenschap – Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam? - 25 december 2010

Introductie van de bewustzijnsziel - Geschiedkundige impuls - 20 november 2010

Rol van Pentagon bij oorlog en vrede - Kennisworstelingen - 13 november 2010

Vergewissen van wiskunde - 27 oktober 2010

Vooral geen water geven en zeker geen koffie morsen - 24 oktober 2010

Proactieve interactie - Michel Gastkemper over Antroposofie Monitor - 14 oktober 2010

Voor- en achterland - Volkerenkunde - 14 oktober 2010

Open internetgemeenschap - 9 oktober 2010

Symbiosen en gedeelde belangen - 3 oktober 2010

Draken van onderwerpen - Wie stelt wie met wat aan de kaak? - 30 september 2010

Feit en fictie & Begrip en inzicht - Koers Antroposofische Vereniging - 29 september 2010

Hoofdkwartier antroposofische vereniging - 27 september 2010

Digitale bibliotheek - Zeno.org - 26 september 2010

Voetbal en vechtsporten zijn niet uit den boze - 25 september 2010

Full moon almost - Spiritual shopping or tell what you can sell - 27 september 2010

Hedendaagse maieutiek - 20 september 2010

Not asleep yet - 18 september 2010

Nederlandse vertaling Steiners voordrachtencyclus over Filosofie van Thomas van Aquino - 16 september 2010

Gemoederen in en rond de Antroposofische Vereniging - Taja Gut - 16 september 2010

Hemelvaartsdag 2010 - 13 mei 2010

Stralende lentedag - 6 mei 2010

Start - 28 april 2010

Vertalen - Translate